Bij het beoefenen van jiu-jitsu is het belangrijk om een aantal regels na te leven om zo het nodige respect te tonen aan de leraar en de medeleerlingen.
Bij het betreden van de tatemi buigt de jiu-jitsuka staande om de plaats, de leraar en de leerlingen te begroeten. Deze groet wordt rustig en beheerst gebracht. Bij het verlaten van de tatemi wordt eveneens gegroet na toelating te hebben gekregen van de leraar.
Bij te laat komen wordt de leraar eerst toelating gevraagd de tatemi te mogen betreden om vervolgens mee deel te nemen aan de training.
De zittende groet wordt gezamenlijk en gelijktijdig aan elkaar gebracht nadat door de hoogste gordel in graad (op de trainer na) teken wordt gegeven om te groeten. Deze groet houdt in: wederzijds respect en samenwerking. Bij het begin en einde van een oefening groeten de partners elkaar staande. Deze groet beduidt dat men eerlijk en sportief te werk zal gaan, met eerbied voor de partner en dat men goed zal samenwerken. Voor iedere groet moet de kimono in orde gebracht zijn en de gordel op de juiste manier geknoopt zijn.
Tijdens de training:
Bij pijn aan gewrichten is het aanbevolen om deze in te windelen; niet alleen om ze te steunen maar ook om de aandacht van de partner er gedurig op te trekken.